Nederlands
     

Colums

India

Colombia

Tartaristan

New York

Irak

St Petersburg

Ankara

Japan

Bang on a Can Festival

 

India

Net aangekomen in de bloemenstad van Zuid-India ‘Mysore’ voor het geven van een concert in de concertzaal van het paleis van de Maharadja van Mysore. In India is alles anders, de concertorganisator bracht mij niet direkt naar de concertzaal maar wilde dat ik eerst zou kennismaken met een bijzondere non, ‘Sister John’, zoals zij genoemd wordt. Toen wij in de buurt kwamen van het, in het centrum van de stad gelegen klooster hoorde ik al in de verte pianoklanken en dat is heel bijzonder in een land waar het totale aantal piano’s zeer gering is. Hier is het dat de non ‘Sister John’ een pianoschooltje beheert. Wat zij voor mij speelde was geen pianomuziek zoals ik die ken maar het leken wel een speciaal soort toonladders, snel en keihard gespeeld, als een mitrailleursalvo golfden de raga’s om mijn oren. Bij nader kennismaking met de non bleek zij gestudeerd te hebben in Londen aan de Music Academy en maakt nu faam maakt met het omzetten van Indiase raga’s op piano. Zij heeft een zeer speciale techniek ontwikkeld waardoor zij op een razend snelle manier de raga’s op de piano kan spelen, zo snel dat het wel één grote triller lijkt. Zij heeft ook geprobeerd mij een raga te laten spelen maar bij de gecompliceerde ritmes haakte ik af. ’s Avonds, tijdens mijn concert, brak een snaar, maar helaas, de stemmer was al verdwenen, die woonde 150 kilometer weg en dat is in India een hele dag reizen. Nadat de elecriciteit even uitviel en de hitte tot bijna ondraaglijke hoogte steeg kon ik weer verder gaan, Sister John had de concertvleugel weer gerepareerd!

Colombia

Op tournee in Colombia word je onherroepelijk geconfronteerd met het systeem van geweld, Zuidamerikaanse chaos, altijd aanwezige muziek en een zeer betrokken publiek vol emoties. Na concerten in het hoog in de bergen gelegen Bogota ben ik in het najaar van 2003 doorgereisd naar de geboorteplaats van popster Shakira, Baranquilla aan de laag gelegen kust waar het altijd warm en vochtig is. Een rijke middelbare school in Baranquilla had mij uitgenodigd. Een geweldige Steinway-concertvleugel, niet ouder dan tien jaar werd mij getoond. Door de enorme vochtigheid in de zaal had de vleugel een zeer speciale toon, groots en warm. Hoe is dat mogelijk, dacht ik, zo'n duur instrument in zo'n arm land. Later kwam ik er achter dat je zulke vragen niet behoort te stellen in een land dat volledig corrupt is, waar de gehele maatschappij doordenkt is van narcoticageld, waar zelfs de klassieke muziek van profiteert! De schoolleiding had mij van te voren gewaarschuwd voor de aanwezige vleermuizen in de zaal. Het schijnt dat ze gaan vliegen als het concert goed gaat. Inderdaad, bij mijn laatste stuk van het programma bevond zich boven het podium een enorme groep vleermuizen. Ze maakten zo'n enorm lawaai dat ik de toegift heb opgedragen aan die vleermuizen. Het publiek, dat voornamelijk uit jongeren bestond, vond het prachtig. De Chopin-nocturne heb ik niet met droge ogen kunnen spelen. Een zeer diep, intens gevoel maakte van mij meester, tussen al het Colombiaanse geweld, het getsjirp van de vleermuizen en de klank van deze onvergetelijke vleugel in Colombia. Terug in het hotel bleek al de gehele dag een militair voor mijn kamer te staan posten. Dag en nacht bewaking, je voelt je bijna een popster.

Tartaristan

Ik had er erg veel zin in. In de winter naar het koude Tartaristan om deel te nemen aan het festival 'Europa-Azië'. In totaal drie nachten onderweg met vliegtuig en trein naar Kazan, de stad aan de bevroren Wolga. Ik werd ondergebracht bij de pianist/componist Rashid Kallimoelin. De hele familie schoof een plaats op voor de Europese gast. Vader en moeder in het bed van de kinderen en de kinderen op de bank. Het echtelijk bed werd mijn onderkomen. Na aankomst vroeg ik direkt naar een douche. Drie nachten onderweg, aankomst bij 12 graden onder nul, dan verlang je wel naar een warme straal, helaas, de warmwaterinstallatie was zoals ik later vaker zou ervaren weer eens defect. 's Avonds was al mijn eerste optreden, ongewassen, koud, verkleumd achter de vleugel, een instrument met als naam 'Derde Oktober' , genoemd naar de oktoberrevolutie. Twee toetsen weigerden dienst en de stemmer die net klaar was voordat ik begon had eigenlijk niets uitgevoerd. Hij was in dienst van de Filharmonie dus zijn salaris liep toch wel door, ondanks slechte prestaties. En toch spelen de Russen goddelijk piano, vaak op instrumenten die bij ons in het westen honky-tonk worden genoemd. Het zou voor veel westerse pianisten goed zijn te beseffen hoe de Neuhaussen, Richters en Kissins het hebben geleerd. De vleugel van Rashid Kallimoelin had nog een tweede funktie: bewaarplaats voor geoogste aardappels van zijn datsja, zo ontdekte ik omdat zijn vleugel gedeeltelijk over het bed reikte in zijn twee kamerflat voor vier personen. Toch hij kon op zijn aardappelvleugel goddelijk componeren en pianospelen. Het onmogelijke wordt vaak mogelijk in Rusland en dat is nu juist de charme.

New York

Eindelijk heb ik het bereikt, dacht ik een aantal jaren geleden: een concert geven in Weil Recital Hall, de kleine zaal van Carnegie Hall in New York. Het is een van de duurste zalen van New York en de bevriende concertorganisator had de zaal, vanwege de hoge kosten, maar vanaf 19.00u. gehuurd, dus er was geen extra tijd om in te spelen. En daar kwam ik, in mijn onervarenheid pas een dag van te voren achter. Er zat dus niets anders op dan ergens een vleugel te zoeken om te kunnen inspelen. Overal vroegen ze geld om te mogen repeteren behalve bij notabene, de beroemde winkel van Steinway, recht tegenover Carnegie! Wat een historie. Alle grote namen hadden hier gerepeteerd, vele handtekeningen aan de wanden, op de vleugels en zelfs op het tapijt, Rubinstein, Horowitz, enz. enz. Tijdens het concert zat prominent op de voorste rij een afvaardiging van de sjieke New Yorkse Netherlands Foundation. Een van hen kwam na afloop van het concert naar mij toe, bedankte mij voor het concert. Zij beweerde dat zij een groot muziekkenner was en vond vooral de boogie-woogie bewerking die ik zou hebben gemaakt van de laatste Beethovensonate zo interessant! Wat een Amerikaanse opmerking dacht ik, alsof ik de brutaliteit zou hebben om Beethoven te bewerken naar deze tijd en dat ook nog in Carnegie zou durven spelen! Iedereen die een beetje kennis van de Beethovensonates heeft weet dat Beethoven inderdaad een suggestie van een boogie-woogie in het tweede deel weet op te roepen. Daar hoef ik echt niets aan toe te voegen! De vleugel viel trouwens enorm tegen, dof en vlak. Dat was bij de Steinway-winkel wel even wat anders. Later begreep ik dat de concertorganisator niet genoeg geld had betaald om een mooie vleugel voor mij te kunnen reserveren.

Irak

Juist nu moet ik zo vaak terugdenken aan mijn concerten op het Festival van Babylon, tussen de Euphraat en de Tigris, de plaats waar Irak nu zo gewelddadig is. Toen ik met een kleine delegatie vanuit Europa aan kwam was ik de enige pianist. De vleugel werd speciaal voor mij, op een open kar, vanuit Bagdad (3 uur rijden) naar Babylon gebracht. Het openlucht podium was gesitueerd op de enorme ruïnes van een van de oudste plekken van de westerse samenleving. De vleugel klonk fantastisch tussen de hoge stenen wanden die de klank versterkte waardoor de gehele omgeving gevuld werd met pianoklanken. Het festival stond in de jaren zestig en zeventig bekend als het belangrijkste kunstenfestival in de Arabische wereld. In 1989, toen ik er speelde, werd het gebruikt door het regime van Saddam Hoessein om het geschonden blazoen van de golfoorlog weer wat op te vijzelen. Ik kreeg in Nederland kritiek dat er geen muziek gemaakt mag worden in het land van de vijand. Het regime zou mij gebruiken. Toch heb ik er gespeeld, een proteststuk van Jakob ter Veldhuis beleefde er zijn premiere: Postnuclearwinterscenario, speciaal geschreven als reaktie op de golfoorlog. Jakob laat een wereld horen na een kernoorlog. Het publiek in Irak begreep de boodschap, ze kwamen huilend naar mij toe. Ze begrepen de enorme klankclusters aan het eind van de compositie, het moment dat de vleugel bijna uit z'n voegen barst. Het werd uitgezonden door de nationale televisie. Wie weet heeft Saddam het nog gezien vanuit een van zijn paleizen. Muziek kan raken, soms beter dan kogels. Er kwam een vrouw naar mij toe en smeekte dat ik terug zou komen, naar Irak, om haar familie op te zoeken die zo had geleden onder de golfoorlog. Ik ben benieuwd of ze nu nog leeft.

Sint Petersburg

In 2003 vond er een groot festival rond de muziek van Simeon ten Holt plaats in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht. Het plan was om het meest orkestrale stuk van Ten Holt 'Incantatie IV te laten spelen door vier jonge pianisten uit Sint Petersburg. Het zou een mooie confrontatie moeten worden tussen de virtuoze en emotionele Russische pianistiek en de repetitieve muziek van Ten Holt. Tijdens de zeer koude winter van 2002 bezocht ik een aantal keren Sint Petersburg om de Russen in deze muziek in te wijden. Het waren bijzondere ontmoetingen onder barre omstandigheden. Het was soms zo koud dat je moest oppassen dat je gezicht niet bevroor. Ondanks dat de kachel op de hoogste stand stond oefenden we met handschoenen waarin gaten voor de vingers waren gemaakt. Elke keer werden er vier gammele piano's naar een lokaal van het conservatorium gereden al was het meer tillen want de wieltjes werkten niet goed. Ik weet nog goed dat bij de eerste repetitie ze niet begrepen hadden dat de muziek van Ten Holt uit vele herhalingen bestaat en dat daar nu juist de kracht ligt. Zij speelden elke herhaling maar 1 keer waardoor we in 15 minuten door de partituur waren. Een partituur zo omvangrijk als een telefoonboek en toch kende een van de pianisten het uit haar hoofd. Ongelooflijk, wat waren het geconcentreerde repetities. Ook stond steeds de gang vol met studenten die meeluisterden naar die bijzondere maar o zo onbekende muziek. Elke repetitie werd afgesloten in het studentencafé naast het conservatorium met ieder een glaasje wodka. Na de laatste repetitie vertrouwde een van de pianisten mij toe dat deze muziek zijn leven had veranderd! Vier weken later gaven zij de premiere van de 'Russische versie' van Incantatie IV in Vredenburg. Het was een ongelooflijk concert waarbij ze na afloop de bloemen voor Simeon ten Holt op het podium legden. Menigeen in het publiek moest een traan laten en ik wel het meest.

Ankara

Op tournee door Turkije ben ik een week in Ankara gebleven. Ik begon met een workshop op de Bilkent Universiteit waar alles blonk en glom. Dit had ik niet verwacht, de allernieuwste Steinway concertvleugel stond voor mij klaar. De muziekafdeling van de Bilkent universiteit was groots opgezet, spiksplinternieuwe studios, veel piano's/vleugels, veel docenten. Maar het nivo van de studenten stelde niet veel voor. De afkomst van de studenten was belangrijker dan hun prestaties. Het was belangrijker voor zo'n privéuniversiteit dat ze veel geld binnenbrachten. Nee, dan het staatsconservatorium in het centrum van Ankara. in dit soort landen maakt het conservatorium onderdeel uit van het musicologisch instituut dat vaak net zo belangrijk is als het conservatorium waar meestal westerse klassieke muziek wordt onderwezen. Hier geen blinkende gangen, nieuwe instrumenten maar vervallen lokalen waar het regenwater nog geregeld naar binnen stroomt. Instrumenten die al tijden niet bijgestemd zijn, stinkende gangen en wc's maar er werd prachtig gemusiceerd. Zeer talentvolle studenten, bij gebrek aan lokalen kregen ze zelfs op de gang les wat weer een kakofonie van geluid teweeg bracht. Hier waren de studenten zeer gemotiveerd, wilden vooral de vele partituren die ik meebracht inzien en copiëren. Aan het einde van mijn verblijf heb ik een recital gegeven in de grote zaal van de Filharmonie. Een enorme zaal, verlicht met TL-licht (vermoeiend voor de ogen tijdens het spelen). De Duitse vleugel bleek een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog, een Bechstein met stalen wielen, het koper werd gebruikt voor de kogels. De zaal zat helemaal vol met voornamelijk jeugdig puber-publiek. Hoe kon dat, vroeg ik na afloop aan de organisatie? De verklaring was dat de jongeren toestemming hebben om gemengd een klassiek concert te bezoeken. Dit is een van de weinige momenten dat ze op jonge leeftijd gemengd uit kunnen gaan!

Japan

Lang geleden kreeg ik een telefoontje van het ministerie van Buitenlandse zaken: ‘Kunt u volgende week, in het kader van een Nederlandse handelsmissie naar Japan, een uitvoering geven van Canto Ostinato van Simeon ten Holt in Tokyo.’ Ik studeerde nog aan het conservatorium en blufte meteen door volledige medewerking aan te bieden terwijl ik nog niet zeker wist of ik vier pianisten bij elkaar kon krijgen. Vier dagen later vlogen wij, eerste klas, naar Tokyo, waarbij 2 pianisten zelfs nog nooit van hun leven hadden gevlogen. Het was een enorme ervaring, het vier-sterren hotel was onze uitvalsbasis, het zakgeld was genoeg voor een aansluitende 2 weekse vakantie in Japan. Het concert voor de economische top van Japan vond plaats in de sjieke 'Mitsui Club' waarbij de toenmalig ambassadeur van Europa in Tokyo, Dries van Agt de gastheer was. De muziek sloeg in als een bom. Japan leek klaar voor Ten Holt. Van Agt noemde de muziek de Nederlandse Chopin. Helaas heeft het nooit een vervolg gekregen, Ten Holt is nog nauwelijks bekend in Azië terwijl de rest van de wereld al aardig bekend is met deze oer-Hollandse componist. De muziek blijkt prachtig aan te sluiten bij de oude Aziatische kunstmuziek, gebaseerd op louter vijf tonen en vaak gebruik makend van herhalingsprincipes, net zoals Ten Holt. Pikant was trouwens dat wij het concert in de Mitsui Club gaven op, notabene, vier Koreaanse Kawai-vleugels, speciaal overgevaren voor dit concert! Het Japanse meisje dat de hapjes voor de gasten verzorgde heeft mijn hart volledig op hol gebracht. Van het zakgeld dat het ministerie ons gaf kon ik met haar naar Kyoto reizen en later heb ik nog andere droomplekken in Japan bezocht. Ik wist het zeker, concertpianist wilde ik worden.

Bang on a Can Festival

In 1997 was het New Yorkse 'Bang On A Can Festival' gewijd aan de Amerikaanse componist Morton Feldman die toen 10 jaar dood was. In het jaar daarvoor heb ik met de cellist René Berman een compact disc gemaakt met het tot dan toe bijna onspeelbare werk 'Untitled Composition' voor cello en piano. Deze compact disc was internationaal zeer goed ontvangen en dat was het prestigieuse festival niet ontgaan. Vandaar dat zij ons uitnodigden om te spelen in hun hoofdprgramma. Inmiddels woonde René Berman in Djokjakarta waar hij tijdelijk docent was op het conservatorium. Voor de opname van de compact disc hadden we meer dan een jaar gerepeteerd dus het stuk konden we met weinig repetities spelen. We hadden afgesproken op 13 april, in de 13e straat in New York. René kwam via de ene kant van de aardbol aanvliegen, ik via de andere kant. Inmiddels aangekomen in New York liep ik rond 13.00u. in de 13e straat en in de verte zag ik René aan komen, zeer herkenbaar met zijn grote witte cellokist op zijn rug. Je voelt je op zo'n moment niet alleen wereldburger maar ook wereldmusicus. Diezelfde avond repeteerden we in een klein New Yorks muziekschooltje in een leskamer met het nummer 13. En dan te bedenken dat de 13e pagina ontbreekt in de 79 minuten durende compositie van Morton Feldman. Volgens zijn uitgever is dat bewust, Amerikanen zijn bang voor het getal 13, vaak blijft de 13e verdieping van een wolkenkrabber ook ongebruikt. 's Avonds in het hotel hadden we samen een kamer en wat bleek, het nummer was 13! Inmiddels een half jaar later hadden we een concert in Gent waar de hotelkamer ook nummer 13 had en het concert vond plaats op 13 november. Toen werd het voor ons duidelijk, hier is meer aan de hand......

Artikelen

Een luidruchtige ode

De Groene Amserdammer (8 december 2015)

Beste Joost,

‘Kijk. (...) Ik ben er niet en kijk.’

Wij hebben elkaar leren kennen in 2010 toen ik directeur was van YXIE in Alkmaar, het nieuw op te richten cultuurcentrum geïnspireerd op het gedachtegoed van Lucebert. Toen de plaatselijke politiek dit wegzette als linkse hobby en de succesvolle bouw van het cultuurcentrum de nek om draaide, nam jij het met verve voor YXIE en mij op. Hiervoor mobiliseerde je vele kopstukken uit de Nederlandse kunstwereld. In een vlammend betoog bij de opening van Stedelijk Museum Alkmaar veegde jij de vloer aan met de lokale Alkmaarse politiek en brak een lans voor YXIE. Ik was zeer onder de indruk van je enorme engagement voor het gedachtegoed van Lucebert en het cultuurcentrum. Je nam geen enkel blad voor de mond. Je betoog riep veel weerstand op bij de Alkmaarse bestuurders en je was niet meer welkom in Alkmaar.

In 2012 vroeg men mij om directeur van Museum Kranenburgh te worden en het transformeerde in korte tijd tot de levendige Culturele Buitenplaats Kranenburgh. Direct na mijn aantreden in 2012 vroeg ik je om jouw droom in Kranenburgh te realiseren, namelijk, zoals je me ooit vertelde, een allesomvattende tentoonstelling over stilte in de kunst. Jij zat toen in het vakantiehuisje in Tuitjehorn en had het moeilijk.

Ik weet nog goed hoe jij in je oude kleine autootje naar Kranenburgh kwam en wij samen door het nog lege gebouw liepen. Het deed je merkbaar goed. Waarom niet een grote tentoonstelling bedenken waarbij de bezoeker een kijkje krijgt in jouw hoofd en jouw manier van denken? De bezoeker moest geprikkeld worden door jouw keuzes, jouw beweegredenen, en door de relatie van kunst met de wereld.

Al tijdens de eerste gesprekken hebben wij afgesproken dat de tentoonstelling over jou zou gaan, over jouw motivatie, de argumenten die je had om keuzes te maken. Ook zou het netwerk waarin jij je begaf van groot belang worden. Het netwerk van kunstenaars, musea, verzamelaars en kunstvrienden. Jij vertelde mij over het ongeluk in 1969 van de veelbelovende fotograaf Sanne Sannes op de Eeuwigelaan in Bergen. Het fascineerde je enorm. Je stelde je voor hoe de stilte had geklonken na de enorme klap die de auto moet hebben gemaakt. Sanna Sannes was op slag dood, evenals de modellen die ook in de auto zaten. En zie, de titel was geboren: Silence out loud. Een titel die allerlei associaties oproept, maar bovenal hardop zwijgen uitdrukt. Het verbaasde me hoe jij als bevlogen schrijver, denker, kunstbeschouwer en vooral levendig verteller zo’n verlangen had om hardop te zwijgen.

Op 8 september kreeg ik het telefoontje dat mijn hart verscheurde. Ik reageerde met een enorme schreeuw. Was het dan echt gebeurd, was mijn gedachte, waar veel van jouw teksten naar lijken te verwijzen en waarvan de tekst voor de tentoonstelling een voorbode leek? Nu, maanden later, voelt het dat wij er goed aan hebben gedaan om de tentoonstelling door te zetten. Wij willen namens jou ‘Silence out loud’ groots en meeslepend brengen en een luidruchtige ode aan de stilte brengen. Zoals jij zei.‘Een tentoonstelling waarin, in onze tijden van kakofonie en hoogtonigheid, de eeuwige waarde en, schrik niet, de eeuwige waarheid van de stilte wordt verbeeld.’ Want onze revolutie is begonnen, de luidruchtige kunstbeschouwing, de ongegeneerde liefde voor de kunst, het overweldigende engagement van de kunstenaar, En een nooit meer loslatende Joost die wakend over God de wereld zal bekijken vanuit de eeuwigdurende stilte.

‘Niemand kan leven zonder nu en dan in stilte te verkeren.’ Jij voelde dat je niet paste in deze wereld, met jouw manier van denken, die associatieve en onmatigende hartstocht, je permanente drang om nieuwe ideeën te ontwikkelen, je serendipiteit, je tomeloze energie om te inspireren en geïnspireerd te raken. In een wereld vol protocollen, rechthoekig denken, bekrompen en dwangmatige reacties. Nee, jij was de ultieme vrijdenker, zoals Lucebert zei: ‘zoek in de kunst niet de kunst maar het leven.’ Je bevlogenheid herken ik en je kritiek op het burgerlijke denken deel ik van harte. Ook je gedachten over een kunstwereld die zich vaak laat leiden door protocollen, risicoanalyses en te klein denkende bestuurders. Zo vaak moet ik denken aan onze gemeenschappelijke held Lucebert: ‘In deze tijd heeft wat men altijd noemde schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand / zij troost niet meer de mensen zij troost de larven de reptielen de ratten.’ Jij hebt een nieuwe standaard gezet met een zeldzame manier van kunstbeschouwen die hart en hoofd toelaat. Ik weet zeker dat deze tentoonstelling elke bezoeker zal inspireren en raken. Wat ben ik trots op deze tentoonstelling die, in jouw woorden, ‘Nederland zal laten sidderen’. Tenslotte mailde jij mij ‘En nu houd ik mijn mond. Straks mag iets anders weerklinken: Silence out loud.’

Kees Wieringa

Het wonder van de gestolde klank

De grote wereld (2013)

Jakob Van Domselaer (1890-1960) groeide op in het calvinistische Nijkerk . Na enkele jaren orgel– en pianoles van Johan Enderlé en Willem Petri volgt Van Domselaer compositie– en pianolessen bij dr. Johan Wagenaar te Utrecht. In een van zijn nagelaten brieven vertelt hij over zijn reis met de koets van Nijkerk naar Amersfoort. Vandaar met de stoomtrein naar Amsterdam en lopend naar het Concertgebouw om Mengelberg Mahler te horen dirigeren. Dat moet een enorm intense ervaring zijn geweest voor de tiener van Domselaer. Op advies van de beroemde componist Wagenaar vertrekt Van Domselaer in de zomer van 1911 naar Berlijn om de pianostudie voort te zetten bij onder andere Busoni. Daar leert hij de grote wereld kennen, in een van de belangrijkste kunstcentra van Europa in het begin van de vorige eeuw. Door een intensief en bijna dagelijks kontakt met de kring rond Busoni krijgt hij inzicht in de verschillende opvattingen van Busoni en Schönberg. In 1914 introduceert Van Domselaer zelfs als eerste de muziek van beiden in Nederland!

Piet Mondriaan

In 1912 vertrekt Van Domselaer naar Parijs waar hij in contact komt met de schilder Piet Mondriaan (1872–1944). Hier bezint hij zich op de ontwikkeling in de kunst. Jakob Van Domselaer wordt geconfronteerd met het 'wars zijn van alle uiterlijkheid' van Piet Mondriaan. Er groeit een verstandhouding tussen beide kunstenaars. Terug in Nederland (1913) begint Van Domselaer met het schrijven van de revolutionaire Proeven van Stijlkunst. Mondriaan keert ook terug naar Nederland en huurt in Laren een kamer in het huis van de inmiddels getrouwde Van Domselaer. Hier vinden levendige discussies plaats over de kunst en haar primaire verhouding tot de werkelijkheid. Piet Mondriaan en Van Domselaer hadden in die tijd kontakt met o.a. Adriaan Roland Holst, Martinus Nijhoff, Piet Talma, Theo en Nelly van Doesburg en Bart van der Leck. Als katalysator in het denken van Van Domselaer, Mondriaan en Van Doesburg werkt de filosofie van de christosoof dr. Schoenmakers. Deze omschreef zijn ideeën als 'positieve mystiek' en 'beeldende wiskunde'. Voor de verschillende kunstuitingen zochten zij naar een vorm van objectiviteit, die de individuele expressie uitsloot.

De Tijdmaat

In 1916 wordt Van Domselaer lid van 'De Nieuwe Kring' in Bergen, een genootschap van kunstenaars (o.a. Ten Holt, Lau, Raedecker, Talma, van Eyck, Wiegman). De Nieuwe Kring kan als voorloper worden gezien van de latere kunstenaarsgroep 'De Stijl'. In het 'Journaal van den Nieuwe Kring' probeert Van Domselaer in een serie artikelen met als titel 'Over de Tijdmaat in de muziek' zijn muzikale uitgangspunten te verklaren. "De oergrond van alle muziek is de tijdmaat. De Tijdmaat is een tweeheid die men zich moet voorstellen als een samenstelling van 'het horizontale' en het 'verticale'. 'Het horizontale' is het zich herhalende in de tijdmaat; 'Het verticale' is de maatslag daarin. 'Het horizontale' en het 'verticale' verhouden zich als het passieve en het aktieve. 'Het verticale', de maatslag, is de polsslag in het 'horizontale', dat daardoor wordt bezield". De tijdmaat kan worden omschreven als 'eenheid in veelheid', wat weer de verwantschap toont met de ideeën van De Stijl.

De meest extreme muziek ooit gecomponeerd

De eerste zeven delen van de negendelige cyclus Proeven van Stijlkunst zijn in 1916 in een uitgave van de Nieuwe Kring gepubliceerd. Het is de enige muziek die letterlijk de opvattingen van de Stijl–beweging volgen. Muziek wordt hier een pure methode. De spanning wordt in het metrum gelegd, niet in het ritme, want dat was het terrein van de individuele expressie. De ‘Proeven van Stijlkunst’ kunnen worden gezien als een equivalent van een neoplastisch schilderij. Er heerst in deze muziek een 'statische balans'. Van Domselaer schrijft als aanwijzing bij zijn 'Proeven van Stijlkunst': 'De stukken zo te spelen dat het "staande element" (de harmonie) erin op de voorgrond treedt en dat de "gang" (de melodie), ondanks het domineren van het staande element, onbelemmerd en rustig is'. Akkoorden worden door Van Domselaer 'klankstollingen' genoemd. De Proeven van Stijlkunst zijn een uiterste consequentie van het stollen van de tijd. Van Domselaer was zijn tijd ver vooruit met zijn cluster-achtige akkoorden, Morton Feldman avant-la-lettre of nog erger, Xenakis in zijn meest heftige vorm, maar wel in 1916 gepubliceerd! Van Domselaer en Mondriaan waren samen op reis in een zoektocht naar de waarheid in de kunst en belandden op een tweesprong. Mondriaan vervolgde zijn weg en kwam tot zijn belangrijkste abstracte werken. Van Domselaer kon niet verder, de klanken waren gestold. Het was de keuze voor het einde van de muziek, het einde van het georganiseerd geluid of terugkeren naar het begin, naar de bron, de tonaliteit. Van Domselaer raakte in een diepe crisis en keerde pas vele jaren later terug naar het componeren en schreef in 1924 zijn Sonate die hij opdroeg aan Mahler. Hij wilde zoals hij het zelf zegt, 'de wil van het geluid volgen'. Als Van Domselaer samen met Mondriaan dezelfde weg was gevolgd was Van Domselaer nu een van de beroemste componisten van de twintigste eeuw geworden. Gelukkig heeft hij een wonder van klank nagelaten in de vorm van de ‘Proeven van Stijlkunst’. Verder kan een normaal mens, een normale componist niet gaan.

Het wonder van Bergen

Ik leerde de muziek van Jakob van Domselaer kennen doordat een journalist van NRC-Handelsblad, Ernst Vermeulen mij er op wees. Hij vond het echt muziek voor mij. Nou, dat klopte ook wel, het zoekt de grenzen van het bestaan op en dat spreekt mij aan. In 1994 heb ik, nog tijdens mijn conservatoriumstudie mijn eerste openbare concert gegeven met muziek van Van Domselaer in de Ruïnekerk in Bergen. Het werd een legendarisch concert, voor het eerst klonk de muziek van Van Domselaer in Bergen in het openbaar. Iemand in het publiek kreeg zelfs een hartaanval, zo intens kwam deze muziek aan. Na afloop kwam een echte Bergense mecenas naar mij toe en drukte een envelop in mijn handen als dank voor de herwaardering die ik deze muziek had gegeven. Na afloop keek ik in de envelop en vond tien groene briefjes van duizend gulden. Dat was indertijd evenveel als een jaar studiebeurs! Ik heb er meteen een vleugel van gekocht en een oude auto. Niet veel later reed ik de auto total-loss en raakte de vleugel kwijt door een verbroken liefde. Maar het wonder was geschied, ik had mijn debuut in Bergen gemaakt met de gestolde klanken van misschien wel de meest wonderlijke componist op aarde. Nu is de cirkel rond als directeur van het nieuwe wonder van Bergen: Kranenburgh. Noot: In het MOMA in New York hangt het beroemde ovale schilderij van Mondriaan dat ooit op de schoorsteenmantel van de Van Domselaers op de Natteweg in Bergen hing (nog steeds zichtbaar aangetast door de kolenkachel). In het MOMA hangt keurig onder het schilderij een bordje dat het afkomstig is uit Bergen. Overigens is in het Guggenheim in New York documentatie te vinden over Meret Oppenheim die bevriend was met de pianiste Nelly van Doesburg die op DADA bijeenkomsten in de jaren twintig de muziek van Van Domselaer speelde. Zo heeft Van Domselaer New York bereikt.